samenwerken

Hallo ik ben Opa DuSart.
Welkom bij DuSart Pharma!

Meer info over Opa DuSart

Hoe kan ik u helpen?

  • Heeft u vragen over (het produceren van) voedingssupplementen?
  • Bent u op zoek naar bestaande supplementen of wilt u een nieuw product ontwikkelen?
  • Een andere vraag of op zoek naar extra informatie, laten we bellen!

Hallo ik ben Opa DuSart.
Welkom bij DuSart Pharma!

Meer info over Opa DuSart

Fill 1

Bedankt namens Opa Dusart, houd uw inbox in de gaten

Nieuws

De bioavailability van nutriënten

Onze productontwikkelaar, Roberto van Ginkel, schrijft regelmatig over zijn vakgebied. Deze keer schrijft hij over de zogenaamde bioavailability in het lichaam na inname van nutriënten.

Bioavailability, oftewel biologische beschikbaarheid, staat voor de mate waarin werkzame stoffen (zoals in medicatie en nutriënten) op de bedoelde plekken in het lichaam terechtkomen. Dit proces verloopt door middel van absorptie van werkzame stoffen en nutriënten in het spijsverteringskanaal. Wanneer een medicijn in een bloedvat wordt ingespoten is de bioavailability altijd 100%. De bioavailability van ditzelfde medicijn zal altijd lager zijn wanneer dit medicijn via de orale route wordt ingenomen. Dit is te wijten aan incomplete absorptie in het spijsverteringsstelsel. Dat geldt ook voor nutriënten uit voedsel of voedingssupplementen.

Deze incomplete absorptie wordt beïnvloed en vergroot door meerdere factoren en is afhankelijk van bijvoorbeeld de fysieke toestand van het lichaam, vooral door het spijsverteringsstelsel. Iemand met een maag- of darmaandoening zal bepaalde nutriënten uit voeding en voedingssupplementen minder gemakkelijk absorberen dan iemand zonder deze aandoening. Vooral de dunne darm is bepalend in de absorptie van een groot scala aan nutriënten.

Naast de fysieke toestand van het spijsverteringskanaal kunnen ook andere factoren en nutriënten uit voeding en supplementen invloed hebben op de bioavailability van nutriënten. Een belangrijke factor om te noemen is dat bij een hoge mineralenbehoefte, zoals tijdens de zwangerschap, het lichaam effectiever mineralen opneemt. Nutriënten kunnen elkaars absorptie beïnvloeden. Deze invloed kan zowel positief als negatief zijn. Voorbeelden hiervan zijn: het vergroten van de absorptie van ijzer door ijzerrijke maaltijden en supplementen met ijzer te combineren met vitamine C. Het vergroten van de calcium opname door calciumrijke voeding te combineren met vitamine D. Het tegelijktijdig innemen van vet oplosbare vitaminen (A, D, E, K) met een vetrijke maaltijd.

Combinaties die juist een negatieve invloed hebben op de bioavailability, zijn de binding van mineralen aan fytaten (fytinezuur) uit voedingsvezels, groenten en noten. Fytaten staan ook wel bekend als antinutriënten en remmen de absorptie van calcium, magnesium, zink en ijzer in de dunne darm. Het tegelijkertijd combineren van fytaat rijke voeding en supplementen is dus niet verstandig. Ook kunnen vitaminen en mineralen onderling hun absorptie remmen. Een goed voorbeeld hiervan is een verminderde absorptie van vitamine K bij gelijktijdige inname met andere in vet oplosbare vitaminen (vitamine A, D, E). En het remmend effect door magnesium op de calcium absorptie.

Vorm
Vooral voor micronutriënten (mineralen en sporenelementen) geldt dat ook de vorm van deze nutriënten zeer bepalend is voor de bioavailability in het menselijk lichaam. Dit is vooral belangrijk voor de vorm van nutriënten die aan voedingssupplementen wordt toegevoegd. Zo worden mineralen met een organische binding veel beter opgenomen dan dezelfde mineralen die anorganisch gebonden zijn. Dit geldt eens te meer voor mensen met een aandoening aan het spijsverteringsstelsel. Organische verbindingen zijn verbindingen die van nature in de levende natuur aanwezig zijn en worden daardoor als lichaamseigen stoffen herkent. Voorbeelden van goed opneembare organische verbindingen zijn: citraten, glycinaten, gluconaten en aminozuur chelaten. Anorganische verbindingen komen daarentegen voor in ‘dood’ materiaal en zijn daardoor niet lichaamseigen. Voorbeelden van slecht opneembare anorganische verbindingen zijn: oxiden, carbonaten, chloriden, fosfaten en sulfaten. De keuze voor een organisch gebonden vorm als toevoeging in een supplement is dus nuttiger dan het toevoegen van minder goed opneembare anorganisch gebonden vormen.

Natuurlijke- en synthetische vitaminen
Dan zijn er ook nog de natuurlijke en synthetische verkregen vitaminen. Natuurlijke vitaminen zijn van plantaardige of dierlijke oorsprong. Synthetische vitamines zijn stoffen die in een laboratorium zijn gemaakt. Een misverstand is dat natuurlijke vitaminen altijd beter geabsorbeerd worden dan de synthetische varianten en dus een betere bioavailability hebben. Maar dit geldt lang niet voor alle vitaminen. Wanneer synthetische vitaminen precies dezelfde chemische structuur hebben als natuurlijk verkregen vitaminen, kan het lichaam deze vormen niet van elkaar onderscheiden en zal de absorptie over het algemeen niet anders zijn. Uitzondering op de regel zijn vitaminen die in synthetische vorm beter worden opgenomen dan in hun natuurlijke vorm. Zo worden vitamine D, B5, B6, foliumzuur en vitamine B12 in de synthetische vorm beter opgenomen in het lichaam dan in de natuurlijke vorm uit voeding. Voor vitamine E geldt juist weer dat de natuurlijke beter wordt geabsorbeerd. Het is dus lang niet altijd zo dat de natuurlijke varianten beter zijn dan synthetische varianten.